Zuurbranden

Zuurbranden

Wanneer heb je zuurbranden?

Bij zuurbranden (ook wel brandend maagzuur genoemd) heb je last van maagzuur dat vanuit je maag teruggaat, de slokdarm in. Dit zuur geeft een vervelende irritatie aan het slijmvlies in de slokdarm. Je kunt merken dat je last hebt van zuurbranden als je bijvoorbeeld meer moet opboeren, of een brandend gevoel hebt onder je borstbeen. Dit kan soms heel naar en angstig voelen, doordat de klachten kunnen lijken op hartklachten. Zuurbranden geeft een brandend, knijpend gevoel achter het borstbeen, dat naar je rug kan trekken. Daarnaast kun je last hebben van je keel en hoesten. Soms is het ook lastig om vast voedsel goed door te slikken.

Vaak heb je er meer last van na het eten (vooral van scherp of gekruid eten), na het drinken van alcohol of koffie, of in de avond als je in je bed (plat) ligt. Het kan ook opspelen als je druk op je buik hebt door persen of hoesten.

Zuurbranden kan geen kwaad, maar het is wel vervelend. Van de mensen die zich melden bij de huisarts met maagzuur, heeft 75% na 1 jaar geen klachten meer. Als je er jarenlang last van hebt zonder het goed te behandelen, kan het slijmvlies van de slokdarm chronisch geïrriteerd raken. Dat kan een voorstadium zijn van slokdarmkanker. Dit komt weinig voor.

Er zijn verschillende oorzaken van zuurbranden:

  • Functionele maagklachten; hierbij wordt geen ziekte of afwijking gevonden voor de klachten. Vaak is het gewoon een gevoeligheid om maagzuur te ontwikkelen. Dit kan dus geen kwaad. Als je toch veel last hebt, is het wel verstandig om met de huisarts te overleggen of je medicijnen kunt gebruiken.
  • Reflux Oesophagitis; deze aandoening zorgt voor langdurig maagzuur, waardoor irritatie van het slijmvlies kan ontstaan. Hierbij is het verstandig om maagbeschermers te gebruiken. Als de huisarts denkt dat je hier last van hebt, zal hij of zij je soms doorverwijzen voor een gastroscopie. Dat is een inwendig onderzoek, waarbij er met een kleine camera via de mond in de slokdarm en maag wordt gekeken.
  • Medicatie kan ook meer maagzuur veroorzaken; geneesmiddelen die dit veroorzaken zijn bijvoorbeeld pijnstillers zoals Ibuprofen, Diclofenac en Naproxen, antidepressiva, bloedverdunners en prednison. Bij die medicijnen heb je dus soms een maagbeschermer nodig, afhankelijk van je leeftijd, medische voorgeschiedenis en eventueel ander medicijngebruik. Als je twijfelt of het geneesmiddel dat je gebruikt maagklachten kan geven, overleg dan altijd met je huisarts.
  • Infectie met de bacterie Helicobacter Pylori; ongeveer 1 op de 5 mensen heeft deze bacterie in zijn of haar maag. Niet iedereen krijgt er last van. De bacterie komt vooral voor in het Middellandse Zee-gebied, het Midden- en Verre Oosten en Midden- en Zuid-Amerika. De huisarts kan besluiten om je hierop te laten onderzoeken. Als je last hebt van deze bacterie, krijg je een antibioticakuur en maagzuurbescherming.
  • Bepaalde voedingsmiddelen, zoals scherp, gekruid of zuur eten, kunnen zorgen voor meer zuur in je maag. Daardoor heb je ook meer kans op zuurbranden. Ook koolzuurhoudende dranken, alcohol en koffie zorgen voor meer zuur.
  • Een maagzweer; door blootstelling aan maagzuur kan er in de maag een zweer ontstaan. Dit doet vaak erg veel pijn. Daarbij kun je ook last hebben van braken, soms ook met bloed. Je poep kan dan ook zwart en plakkerig zijn en erg sterk ruiken. Dit komt maar heel weinig voor. Als je hier last van hebt, moet je direct contact opnemen met de huisarts. Er moet dan (met spoed) verder onderzoek gedaan worden via de huisarts en in ernstigere gevallen in het ziekenhuis. Als je rookt, loop je meer risico op een maagzweer (of maagkanker).
  • Hernia diafragmatica; hierbij is de opening in het middenrif waar de slokdarm doorheen gaat, verwijd. De maag kan hierdoor een klein stukje in de borstkas glijden. Hierdoor werkt de afsluiting tussen maag en slokdarm niet meer goed en kun je last krijgen van maagzuur. Dit wordt meestal ontdekt bij een gastroscopie.
  • Maag- of slokdarmkanker; in de maag of slokdarm kan een tumor ontstaan. Gelukkig komt dit nauwelijks voor. Als maag- of slokdarmkanker in de familie voorkomt, je ouder bent dan 50 jaar, je problemen hebt met doorslikken, afvalt en/of bloedarmoede hebt, neem dan altijd contact op met je huisarts.

Wat kun je zelf doen?

Het is belangrijk om te letten op een gezonde voeding, om maagklachten te verminderen of te voorkomen. Een gevarieerde voeding met voldoende vezels en vocht is belangrijk. Probeer vet, gekruid, scherp en zuur voedsel te vermijden. Ook kunnen alcohol, koffie of koolzuurhoudende dranken de klachten verergeren. Let op je gewicht: overgewicht kan ook zorgen voor maagklachten. Verder kan het eten van kleine maaltijden helpen om maagklachten te verminderen. Als je 's nachts of 's ochtends veel last hebt van zuurbranden, kan het helpen om het hoofdeinde van het bed iets hoger te plaatsen. Ook voldoende beweging is belangrijk voor een gezonde maag.

Heb je medicijnen nodig?

Er bestaan verschillende medicijnen tegen zuurbranden:

  • Antacida, zoals Rennies, Antagel, Gastolix en Gaviscon, neutraliseren het zuur in de maag. Je kunt deze middelen het best oplossen in water of kauwen, na het eten of net voor het slapen gaan. Ze zijn verkrijgbaar bij de drogist en apotheek.
  • H2-antagonisten, zoals Zantac, zorgen ervoor dat er minder zuur in de maag komt, door bepaalde receptoren te blokkeren. Deze medicijnen zijn via je huisarts en drogist of apotheek verkrijgbaar.
  • Protonpomp-remmers, zoals Omeprazol, Pantoprazol en Esomeprazol, zorgen voor minder maagzuur, doordat ze bepaalde 'pompen' in cellen remmen. Deze middelen schrijft de huisarts voor. Soms krijg je deze middelen om je maag te beschermen bij andere geneesmiddelen die kunnen zorgen voor meer zuur in de maag, zoals bloedverdunners of pijnstillers. Probeer na 8 weken deze tabletten langzaam af te bouwen, in overleg met je huisarts. Stop niet plotseling met de tabletten, omdat de maagklachten dan erger worden. Langdurig gebruik wordt afgeraden, tenzij je huisarts of specialist dat voorschrijft.

Bel je huisarts als je:

  • Maagklachten na 2 weken nog niet over zijn, ondanks medicatie.
  • Misselijk bent en moet overgeven.
  • Bloed hebt in je poep, of je poep zwart en plakkerig is en sterk ruikt.
  • Overgeeft met bloed, eventueel met duizeligheid of een licht gevoel in je hoofd.
  • Koorts hebt.
  • Onbedoeld veel bent afgevallen.
  • Het gevoel hebt dat je eten minder goed zakt in de slokdarm.
  • Heel snel vol zit.
  • In het buitenland bent geweest voordat je klachten begonnen.
  • Ouder bent dan 50 jaar en deze klachten hebt.
  • In de familie mensen hebt met maag- en slokdarmkanker.

Bel ook met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen.

Bronnen

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.