Functionele dyspepsie (functionele maagklachten)

Functionele dyspepsie (functionele maagklachten)

Wat is functionele dyspepsie?

Functionele dyspepsie betekent klachten die komen door de werking van de maag. Het komt doordat de maag overgevoelig is of dat het leegmaken van de maag langzamer gaat. Functionele dyspepsie kan soms veel klachten geven, maar het is niet gevaarlijk. Functionele dyspepsie komt veel voor.

Wat is de oorzaak van functionele dyspepsie?

Als je iets eet, komt je eten via de mond en keel terecht in de slokdarm. De slokdarm heeft de vorm van een buis, en loopt van je keel naar je maag. Je maag ligt boven in je buik. Vanuit de maag gaat je eten naar je darmen en komt het uiteindelijk uit bij de anus (het poepgat). Onderweg wordt je eten verteerd en blijft er uiteindelijk poep over. We noemen al deze organen samen het maagdarmstelsel. Het eten gaat daar doorheen doordat het maagdarmstelsel een knijpende beweging maakt (ook wel peristaltiek genoemd). Het eten wordt door de knijpende beweging in je maag vermengd met maagsap. Door de stoffen in het maagsap wordt je eten al deels afgebroken en worden bacteri?n gedood waar je ziek van kunt worden. Omdat maagsap heel erg zuur is, is je maag aan de binnenkant bedekt met een beschermende laag, het maagslijmvlies. Ook zit er een klepje tussen de slokdarm en de ingang van de maag. Dit klepje staat open als je eten vanuit de slokdarm naar de maag gaat. Als het eten eenmaal in je maag zit, blijft het klepje dicht. Hierdoor kunnen het eten en het zure maagsap niet terug je slokdarm in stromen. Na ongeveer 3 uur gaat het bewerkte voedsel vanuit de maag je darm in.

Functionele dyspepsie kan komen door een overgevoelige maag. Dit betekent dat je maag te veel en te snel pijnsignalen afgeeft. Hierdoor voel je pijn of een onaangenaam gevoel in of bij je maag. Het is niet bekend hoe dit komt. Het kan zijn dat bepaalde soorten voeding, een eerdere infectie (zoals een buikgriep) en psychische klachten (zoals stress en spanning) iets te maken hebben met een overgevoelige maag.

Functionele dyspepsie kan komen doordat de maag zich langzamer leegt. Als de maag minder goed samenknijpt, dan blijft de voeding langer in de maag zitten dan normaal. Vet eten blijft altijd al iets langer in de maag zitten. Maar bij functionele dyspepsie kan dit bij alle soorten voeding voorkomen. Het is niet altijd duidelijk waardoor dit gebeurt. Soms komt het door suikerziekte (diabetes mellitus). Soms kunnen de klachten erger worden door stress en spanning. De maag kan zich ook minder goed legen als de darm verstopt is (obstipatie). Je kunt dit vergelijken met een verstopte regenpijp (de darm), waardoor de goot (de maag) overloopt. Hierdoor hebben mensen met regelmatige verstopping (bijvoorbeeld door het prikkelbare-darmsyndroom) ook vaker last van maagklachten. Bijvoorbeeld van maagzuur dat terug de slokdarm in stroomt.

Wat voor klachten krijg je bij functionele dyspepsie?

Functionele dyspepsie kan verschillende klachten geven. De meest voorkomende klachten zijn:

  • Maagpijn (brandend gevoel of pijn boven in de buik).
  • Misselijkheid en soms ook overgeven.
  • Snel een vol gevoel hebben.
  • Een opgeblazen gevoel.
  • Opboeren.
  • Zure oprispingen: maagzuur komt omhoog via de slokdarm tot in de mond.

Bij mensen met functionele dyspepsie komt ook vaker het prikkelbare-darmsyndroom voor. Het prikkelbare-darmsyndroom kan klachten geven zoals buikpijn, buikkrampen, diarree of verstopping (obstipatie), winderigheid en een opgeblazen gevoel.

Hoeveel last je hebt van functionele dyspepsie is verschillend per persoon. Ook kun je merken dat je periodes veel klachten hebt en daarna juist weer minder.

Hoe wordt de diagnose functionele dyspepsie gesteld?

De diagnose functionele dyspepsie wordt gesteld door de huisarts of specialist. De diagnose wordt gesteld als de klachten die je hebt, passen bij de kenmerken van functionele dyspepsie. Meestal is het niet nodig om verder onderzoek te doen. Verder onderzoek is alleen nodig als de klachten misschien ook een andere oorzaak kunnen hebben. Als je functionele dyspepsie hebt, zijn er bij verder onderzoek geen afwijkingen te zien.

Wat kun je zelf doen?

  • Beweeg voldoende.

Voldoende lichaamsbeweging zorgt ook voor beweging van het maagdarmstelsel. Het algemene advies is om minimaal 5 dagen per week een half uur per dag matig-intensief te bewegen. Hierbij kun je denken aan een wandeling van een half uur waarbij je stevig doorloopt.

  • Eet gezond.

Gezonde voeding is erg belangrijk, ook als je functionele dyspepsie hebt. Neem voeding met veel vezels. Drink genoeg: 1,5 tot 2 liter per dag. Dit zorgt voor een betere werking van het maagdarmstelsel. Zorg altijd dat je de dag begint met een ontbijt.Eet rustig en zorg dat je je eten goed kauwt. Zorg dat je niet te veel tegelijk eet. Eet niet te laat op de avond en ga niet direct na het eten liggen.Als je snel het gevoel hebt dat je vol zit, kan het helpen om verspreid over de dag vaker een kleinere portie te eten.

Vermijd producten waar je meer klachten van krijgt. Gekruid eten, ui, vet eten, pepermunt, zuur fruit, koffie, drank met prik en zure dranken kunnen voor meer maagklachten zorgen. Het kan per persoon verschillen welke voeding meer klachten geeft. Als je merkt dat je minder klachten hebt als je bepaalde voeding niet meer neemt, dan kan het goed zijn om hierover advies te vragen aan een di?tist. Zo kunnen jullie samen kijken naar een geschikt dieet waarbij je wel alle voedingsstoffen binnenkrijgt die je nodig hebt.

  • Zorg voor een gezond gewicht.

Overgewicht kan maagklachten verergeren.

  • Vermijd alcohol en stop met roken.

Alcohol en roken kunnen allebei maagklachten verergeren.

  • Probeer stress te vermijden.

Stress kan meer klachten van functionele dyspepsie geven. Probeer daarom stress zoveel mogelijk te vermijden. Zorg voor voldoende rust en ontspanning. Dit kan best lastig zijn. Sommige mensen merken dat yoga of mindfulness helpt. Als het niet lukt om je stress te verminderen, vraag dan hulp aan je huisarts of de praktijkondersteuner voor psychische klachten (POH-GGZ).

  • Houd een klachtendagboek bij.

Het kan handig zijn om een klachtendagboek bij te houden. Dit is een dagboek waarin je per dag je klachten opschrijft, hoe erg ze zijn en of er nog speciale omstandigheden zijn waarbij de klachten minder worden of erger worden.

  • Vermijd het gebruik van NSAID?s.

NSAID?s zijn pijnstillers zoals ibuprofen, naproxen en diclofenac. Deze middelen kunnen meer maagklachten geven. Als je een pijnstiller wilt gebruiken, gebruik dan paracetamol.

  • Gebruik van zelfzorgmiddelen.

Bij de apotheek en drogist zijn zonder recept middelen te krijgen tegen maagklachten. Voorbeelden hiervan zijn Rennies, Antagel, Maalox, Gastolix en Gaviscon. Deze middelen werken snel, maar zijn ook snel weer uitgewerkt. Ook kruidenmengsels (zoals Iberogast) zijn vrij verkrijgbaar. Van deze middelen is niet wetenschappelijk aangetoond dat ze helpen bij functionele dyspepsie. Gebruik dit soort middelen alleen als je klachten er minder door worden en als ze geen kwaad kunnen. Lees dus altijd van tevoren goed de bijsluiter en overleg bij twijfel met je huisarts.

  • Praat over je klachten.

Als functionele dyspepsie een grote invloed heeft op je leven, is het belangrijk om erover te praten met je omgeving. Deel met familie en vrienden waar je last van hebt, wat je zorgen zijn en hoe je je hierdoor voelt. Dit kan al opluchting geven. Bespreek je klachten, zorgen en gevoelens ook met je huisarts. Samen kun je kijken wat de mogelijkheden zijn om er iets aan te doen.

Hoe is de behandeling van functionele dyspepsie?

De meeste mensen met functionele dyspepsie hebben milde klachten, of hebben een korte periode van klachten die snel weer minder worden. Er is dan vaak geen behandeling met medicijnen nodig. Soms zijn de klachten ernstig en is er wel een behandeling met medicijnen nodig. Er is niet 1 behandeling die bij iedereen werkt. De behandeling neemt ook niet alle klachten weg. Er bestaan veel verschillende behandelingen. Het is moeilijk om van tevoren te zeggen welke behandeling voor jou het beste werkt. Dat zul je moeten uitproberen. Samen met de huisarts kun je bespreken welke behandeling bij jou past.

Probeer maagmedicijnen niet lang te gebruiken, tenzij je een ander advies krijgt van de huisarts of specialist. Als je maagmedicijnen zoals protonpompremmers onnodig lang gebruikt, kan dit het risico op bijwerkingen vergroten. Bijwerkingen zijn botontkalking, darminfecties en tekort aan vitamine B12 of magnesium. Maagklachten worden vaak vanzelf weer minder hevig. De hiervoor genoemde tips kunnen hierbij helpen.

Er zijn verschillende medicijnen beschikbaar bij de behandeling van functionele dyspepsie:

  • Antacida (maagzuurbinders) zijn middelen die het zuur in de maag neutraliseren. Voorbeelden hiervan zijn Rennies, Antagel, Maalox, Gastolix en Gaviscon. Deze middelen werken snel. Neem het voor het slapen gaan en 1 uur na elke maaltijd. Je kunt deze middelen zelf halen bij de drogist of apotheek.
  • Een maagslijmvliesbeschermer, zoals sucralfaat, beschermt de slokdarmwand en het maagslijmvlies, door er een laagje op te leggen. Neem het voor het slapen gaan en voor elke maaltijd.
  • H2-receptorantagonisten zijn medicijnen die de aanmaak van maagzuur remmen. Voorbeelden zijn ranitidine, famotidine en nizatidine. Neem dit middel 1 of 2 keer per dag in.
  • Protonpompremmers worden door de huisarts voorgeschreven. Voorbeelden zijn omeprazol, pantoprazol en esomeprazol. Ze remmen de aanmaak van maagzuur. Neem dit middel in op een lege maag, een half uur voor de maaltijd. Gebruik het 1 keer per dag, tenzij je huisarts een andere dosering voorschrijft.
  • Zenuwpijnstillers, zoals amitriptyline,kunnen de maag minder gevoelig maken voor pijnprikkels. Bij ernstige klachten kun je dit proberen. In een hogere dosering werken deze middelen ook tegen depressie (antidepressiva). In een lage dosering hebben deze middelen geen effect op je stemming.
  • Prokinetica zorgen ervoor dat de maag zich sneller leegt. Een voorbeeld is domperidon. Als er een periode ernstige klachten zijn, kunnen deze middelen een korte tijd worden gebruikt.

Neem contact op met je huisarts als:

  • Je last hebt van heftige maag- en/of buikpijn met koorts.
  • Je bloed bij de ontlasting hebt.
  • De onlasting zwart en plakkerig (dus niet donkerbruin) is.
  • Je onbedoeld bent afgevallen.
  • De pijn steeds erger wordt.

Bel met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen, kun je het beste contact met je huisarts opnemen.

Bronnen

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.