Coeliakie

Coeliakie

Wanneer heb je coeliakie?

Als je overgevoelig bent voor gluten, dan heb je coeliakie. Gluten is een eiwit dat in sommige granen zit, zoals in tarwe, gerst, rogge of spelt. Het zit vooral in brood en pasta, maar ook in andere producten.

Bij coeliakie raakt de binnenste laag (het slijmvlies) van de dunne darm beschadigd door gluten. Het slijmvlies van de dunne darm bevat darmvlokken, een soort bobbeltjes, die zorgen voor een groter oppervlak van de dunne darm. Hierdoor kunnen er zoveel mogelijk voedingsstoffen uit het eten worden opgenomen. Als je niet tegen gluten kunt, kunnen deze darmvlokken flink beschadigen als ze steeds in aanraking komen met gluten. De darmvlokken kunnen op den duur zelfs helemaal verdwijnen. Als er steeds minder of zelfs geen darmvlokken meer over zijn, kunnen voedingsstoffen veel minder goed worden opgenomen. Hierdoor kun je lichamelijke klachten krijgen en kan er een tekort aan vitaminen en mineralen ontstaan.

Meestal wordt de diagnose coeliakie op kinderleeftijd gesteld. Maar soms gebeurt dat later, vooral tussen de 20 en 40 jaar. Dan komen de klachten pas na een verandering van dieet, zwangerschap of na een infectie. Soms duurt het een tijd voordat de diagnose wordt gesteld, omdat de klachten niet altijd duidelijk aanwezig zijn.

Sommige mensen verdragen gluten niet goed, maar hebben geen coeliakie.

Wat is de oorzaak van coeliakie?

Coeliakie is een auto-immuunziekte. De oorzaak van coeliakie is niet bekend. Erfelijkheid kan een rol spelen bij het ontstaan van coeliakie. Als je vader of moeder coeliakie heeft, is de kans dat jij het ook hebt groter. Verder lijken ook de darmflora en virusinfecties in de darm een rol te spelen bij het ontstaan van coeliakie.

Welke klachten heb je bij coeliakie?

Coeliakie geeft vaak buikklachten, maar er kunnen ook andere klachten zijn. De klachten kunnen soms minder duidelijk zijn, zeker op latere leeftijd. Sommige mensen met coeliakie hebben zelfs helemaal geen klachten.

De klachten die bij coeliakie kunnen voorkomen, zijn:

  • Diarree, vaak langdurig.
  • Soms juist verstopping.
  • Buikpijn, vaak langdurig.
  • Een opgezette of opgeblazen buik.
  • Winderigheid.
  • Stinkende en vettige ontlasting.
  • Verminderde eetlust.
  • Vermoeidheid.
  • Onbedoeld afvallen.

Sommige mensen hebben ook last van jeukende huiduitslag. Als het darmslijmvlies erg beschadigd raakt en voedingsstoffen minder goed worden opgenomen, kunnen er ook andere problemen ontstaan, zoals bloedarmoede en botontkalking.

Hoe wordt de diagnose coeliakie gesteld?

De huisarts kan bloedonderzoek laten doen. Er wordt gekeken of er antistoffen tegen gluten in zitten. Als er antistoffen worden gevonden, dan is er een kans dat je coeliakie hebt. Er moet dan verder onderzoek worden gedaan.

Als er geen antistoffen worden gevonden, is het vrijwel zeker dat je geen coeliakie hebt. Het is voor dit bloedonderzoek belangrijk dat je gluten blijft eten.

Het vervolgonderzoek wordt gedaan door de Maag-Darm-Lever-arts (MDL-arts). Deze kijkt naar de binnenkant van de maag en het begin van de dunne darm. Dit onderzoek heet een endoscopie. Bij een endoscopie wordt een dunne, soepele slang met een lampje en een camera via de mond ingebracht. Via de slokdarm en de maag, komt de slang in het eerste stuk van de dunne darm. Er kan dan ook een stukje weefsel van de darmwand worden gehaald (een biopt). Dit weefsel wordt verder onderzocht onder de microscoop. Dan kan de arts zien of de darmvlokken beschadigd zijn. Alleen met een biopt kan de diagnose coeliakie echt worden vastgesteld.

Wat kun je zelf doen?

Een glutenvrij eetpatroon kan wel lastig zijn. Om je hierbij te helpen, kun je naar een di?tistgaan. De di?tist kan je helpen om een gezond glutenvrij eetpatroon aan te leren. De di?tist kan ook helpen ervoor te zorgen dat je genoeg van alle belangrijke vitamines en mineralen binnenkrijgt. Er zijn veel glutenvrije producten te krijgen in de supermarkt. Ook steeds meer restaurants en hotels bieden glutenvrije gerechten aan. Het is in ieder geval belangrijk om brood en pasta te vervangen door glutenvrije producten. Maar gluten zit ook in veel bewerkte producten, zoals gebak, koek, beschuit, crackers, muesli, pizza of gepaneerd vlees. Ook deze producten moet je vervangen door glutenvrije producten. Zelfs een heel kleine hoeveelheid gluten kan al klachten geven. Je kunt zelfs al klachten krijgen via bestek, pannen of snijplanken die met gluten in aanraking zijn geweest. Ook in sommige geneesmiddelen zit gluten.

Er zijn ook veel dingen die je zonder probleem kunt eten. In rijst, popcorn, ma?s, frietjes, aardappelen, noten, peulvruchten en sojaproducten (behalve sojasaus) zit geen gluten. Ook onbewerkt vlees en onbewerkte vis en kip kun je gewoon eten. Melk, yoghurt, groente en fruit bevatten ook geen gluten.

Het verschilt per persoon hoeveel en hoe vaak je klachten hebt van coeliakie. Als coeliakie veel invloed heeft op je leven, is het belangrijk om erover te praten met je omgeving. Deel met familie en vrienden waar je last van hebt, wat je zorgen zijn en hoe je je hierdoor voelt. Dit kan al opluchting geven. Bespreek je klachten, zorgen en gevoelens ook met je huisarts. Samen kun je kijken wat de mogelijkheden zijn om hier iets aan te doen.

Hoe is de behandeling van coeliakie?

Er bestaan geen medicijnen tegen coeliakie. Coeliakie wordt behandeld door je voeding te veranderen. Het is belangrijk om glutenvrij te gaan eten. Omdat coeliakie niet overgaat, zul je jouw hele leven glutenvrij moeten eten. Het goede nieuws is dat je klachten dan langzamerhand minder worden. Na een paar weken tot maanden merk je al dat je je beter gaat voelen. Je dunne darm is na 6 maanden tot 1 jaar helemaal hersteld.

Het advies is om 1 keer per jaar bloedonderzoek te laten doen. Zo kan worden gekeken wat het effect is van het glutenvrije dieet. De (huis)arts kan zo ook eventuele bloedarmoede en vitaminetekorten opsporen. Als de situatie stabiel is, kan dit onderzoek door je huisarts verricht worden.

Als je door de coeliakie bloedarmoede of vitaminegebrek hebt ontwikkeld, kan het zijn dat je tijdelijk medicijnen krijgt.

Neem contact op met je huisarts als:

  • Je last hebt van heftige maag- en/of buikpijn met koorts.
  • Je bloed bij de ontlasting hebt.
  • De ontlasting zwart en plakkerig (dus niet donkerbruin) is.
  • Je niet meer kunt plassen terwijl je wel nodig moet.
  • Je onbedoeld bent afgevallen.
  • De pijn steeds erger wordt.

Bel met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen kun je het beste contact met je huisarts opnemen.

Bronnen

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.