Bekkenbodemproblemen

Bekkenbodemproblemen

Wat zijn bekkenbodemproblemen?

Door een te strak of juist te slap gespannen bekkenbodem kun je problemen krijgen met plassen en poepen. Bekkenbodemproblemen komen vaak voor en meestal bij vrouwen.

In het bekken, het gebied tussen de buik en benen, zitten de blaas, bij vrouwen de baarmoeder en een stuk van de darm. De bekkenbodem is een soort hangmat, gemaakt van spieren en bindweefsel, die de organen in het bekken ondersteunt en ervoor zorgt dat ze op hun plaats blijven. Er zitten openingen in voor de plasbuis, vagina en anus. De bekkenbodem helpt bij het plassen en poepen en het ophouden van urine en ontlasting.

De bekkenbodemspieren zijn altijd een beetje aangespannen. Ze vangen de druk op die in de buik ontstaat als je niest, hoest, lacht en beweegt. Als deze spieren te strak of juist te slap gespannen zijn, kunnen bekkenbodemproblemen ontstaan.

Wat is de oorzaak van bekkenbodemproblemen?

Zwangerschap en bevalling, leeftijd, overgewicht, zwaar lichamelijk werk of veel hoesten en persen kunnen ervoor zorgen dat je bekkenbodemspieren slapper worden.

Als je bekkenbodemspieren juist te actief zijn, dan kunnen deze spieren te gespannen zijn. Vaak is de oorzaak hiervoor niet duidelijk, maar het kan komen door nare seksuele ervaringen, een negatief gevoel over je lichaam of door pijn in je bekken. De meeste mensen houden bij spanning of stress deze spieren langdurig aangespannen. Dat gebeurt meestal onbewust, maar het kan op termijn wel tot allerlei problemen leiden. Ook het vaak uitstellen van wc-bezoek kan hiervoor zorgen. Dit begint vaak al als kinderen op school niet naar de wc gaan, maar het poepen of plassen uitstellen tot thuis.

Afwijkingen in de bouw van de bekkenbodem kunnen ook bekkenbodemproblemen veroorzaken.

Wat voor klachten krijg je bij bekkenbodemproblematiek?

Als de spieren in de bekkenbodem te slap zijn of het bindweefsel eromheen niet stevig genoeg meer is, kan een deel van de darm verzakken. Hierbij is er een stuk van de dikke of dunne darm uitgezakt in de ruimte tussen de vagina en de darmen of door de anus naar buiten. Als een stuk van de dikke darm is uitgezakt, komt er een soort zakje in het laatste deel van de darm achter de vagina. Hierin kan de ontlasting blijven hangen en ophopen. Is een deel van de dunne darm uitgezakt tussen de darm en de vagina, dan wordt de darm samengedrukt en kan de ontlasting er niet goed langs.

Zijn de bekkenbodemspieren juist te strak gespannen? Het kan zijn dat de bekkenbodemspier bij het poepen aanspant in plaats van te ontspannen. Hierdoor gaat de achterpoort ?op slot? en kan de ontlasting moeilijk door de bekkenbodem heen komen. Het lukt dan niet goed om te poepen. Dit kan soms ook komen doordat er afwijkingen zijn in de bouw van de bekkenbodem.

Bij bekkenbodemproblemen kun je de volgende klachten hebben:

  • Verstopping: het kan moeilijk zijn om te poepen door de verzakking of de te strak aangespannen bekkenbodemspieren. Hierdoor kun je een opgeblazen gevoel krijgen in je buik en de ontlasting hard worden.
  • Aandrang: bij een verzakking van de dikke darm kan er ontlasting in het ?zakje? achterblijven. Daardoor voel je na het poepen nog steeds aandrang. Het kan helpen om tijdens het poepen tegen de achterwand van de vagina te drukken. Zo komt de ontlasting makkelijker naar buiten. Bij een verzakking van de dunne darm kan de ontlasting er wel langs als je gaat liggen. Vaak krijg je daardoor ?s nachts aandrang om te poepen.
  • Pijn: je kunt buikpijn of een zwaar gevoel krijgen in de onderbuik of vagina. Vaak wordt de pijn erger in de loop van de dag, zeker als je veel loopt of staat. Soms heb je ook pijn bij het vrijen.
  • Balgevoel: je kunt een bult of zwelling in de vagina of tussen de benen voelen, zeker tijdens het poepen.
  • Incontinentie: het kan zijn dat je ongewenst plas of poep verliest.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld op basis van jouw klachten en eventueel onderzoek. Een vragenlijst of dagboek voor het bijhouden van de klachten kan hierbij helpen.

Wat kun je zelf doen?

Het is belangrijk om voor gezonde stoelgang te zorgen:

  • Zorg dat je ontlasting zacht is. Beweeg regelmatig en eet genoeg vezels. Drink minstens 1,5-2 liter per dag, het liefst water of thee.
  • Ga als je aandrang voelt meteen naar de wc en probeer niet te persen als je geen aandrang voelt. Probeer ook niet te hard te persen als de ontlasting niet goed naar buiten komt. Lukt het niet? Ga dan wat anders doen en probeer het gewoon nog een keer als je weer aandrang voelt.
  • Probeer goed op het toilet te zitten. Ontspannen, een beetje naar voren gebogen en met je voeten op een voetenbankje is een goede houding.
  • Soms kan het helpen om tijdens het poepen de verzakking met de hand te ondersteunen. Een arts of fysiotherapeut kan je leren hoe je dit moet doen.
  • Vermijd zware belasting van de bekkenbodem: Probeer niet (te) zwaar te tillen. Doe geen sportoefeningen met zware gewichten of andere oefeningen die de bekkenbodem belasten.

Hoe is de behandeling van bekkenbodemproblemen?

Er zijn veel verschillende manieren om de klachten te verminderen en/of te verhelpen. De behandeling is afhankelijk van de ernst en oorzaak van je klachten.

Als je veel vezels eet, genoeg drinkt en regelmatig beweegt en toch nog klachten houdt, dan kunnen laxeermiddelen helpen. Deze maken je ontlasting zacht.

Je kunt naar een fysiotherapeut gaan voor bekkenbodem-oefeningen. Deze oefeningen helpen om de bekkenbodem te versterken of te ontspannen. Ook leer je deze spieren goed te gebruiken.

Als je na het poepen het gevoel hebt dat er ontlasting achterblijft, kan het helpen om het laatste deel van de darmen te spoelen met een flesje met lauw water. Doe dit alleen in overleg met een arts of andere hulpverlener die je uitlegt hoe je dit moet doen.

Bij sommige verzakkingen is een operatie nodig.

Bel met je arts bij twijfel, vragen of zorgen over je klacht. Ook als de klachten erger worden of veranderen kun je het beste contact met je huisarts opnemen.

Bronnen

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Quin medisch specialisten, medisch onderzoekers en met gebruik van publieke bronnen.